Inleiding
Voor u ligt het kwalificatiedossier Installeren. Dit dossier bestaat uit een aantal onderdelen.
In deel A wordt voor alle geïnteresseerden een korte omschrijving gegeven van de beroepengroep en de taken die de beroepsbeoefenaar zoal uitvoert en de competenties die hij/zij daarbij nodig heeft.
In deel B, de kwalificaties, worden op hoofdlijnen de diploma-eisen beschreven. Deze eisen geven samen weer wat de gediplomeerde moet kunnen als hij/zij op de arbeidsmarkt start.
In deel C wordt een uitwerking gegeven aan hetgeen in deel B is gesteld. Deel C is zowel inhoudelijk als methodologisch aan deel B gekoppeld, er is een één op één relatie tussen respectievelijk de kerntaken, de proces-competentie-matrices en de daarin opgenomen werkprocessen, de certificeerbare eenheden met deze entiteiten in deel C.
In deel D wordt verantwoording afgelegd over de totstandkoming van dit kwalificatiedossier. Ook vindt u hier de verwijzingen naar het voor dit dossier relevante bronnenmateriaal.
Hieronder vindt u de grafische weergave van de relaties tussen de verschillende elementen van dit kwalificatiedossier.
Deel A: Beeld van de beroepengroep
1. Installeren
Installeren is een heel breed vakgebied. Daarbinnen kun je kiezen voor drie richtingen die enerzijds veel met elkaar gemeen hebben en anderzijds behoorlijk van elkaar verschillen. Hieronder beschrijven we ze alle drie:
Werken met elektrotechnische installatiesDatanetwerken, telefoon- en beveiligingssystemen, verkeerslichten: we komen ze overal tegen. Thuis, op het werk en onderweg. Als monteurs die systemen niet goed afstellen, inregelen en onderhouden, gaat er heel veel mis. Verkeerslichten die het niet doen, beveiligingssystemen die zomaar alarm slaan of juist helemaal niet, computers die niet meer met elkaar kunnen communiceren en een verstoord telefoonverkeer, kunnen dan het gevolg zijn.
Werken met werktuigkundige installatiesWerktuigkundige installatietechniek is overal om je heen, ook al zie je het vaak niet. Het zit in gebouwen, in woningen en zelfs in boten. Zonder w-installatietechniek heb je bijvoorbeeld geen warm en koud stromend water, geen centrale verwarming, geen gasfornuis in de keuken, geen waterdicht dak boven je hoofd, geen afvoer in de douche en het toilet. Installatietechniek heeft te maken met eigenlijk alles wat is aangesloten op leidingen waardoor water of gas stroomt. Vakmensen in de installatietechniek zorgen voor de juiste verbindingen tussen apparaten en leidingen.
Werken met koudetechnische installatiesKoudetechniek heeft alles te maken met het goed houden van voedsel en een aangenaam koel (werk)klimaat in gebouw of auto. Denk bijvoorbeeld aan airco's in scholen, ziekenhuizen, kantoren en auto's, koel- en vrieskasten in de supermarkt en aan koudesystemen in bijvoorbeeld cafés en restaurants. Zonder koudetechniek is het klimaat op ons werk of op school vaak veel minder prettig, bederft veel voedsel voor het de winkel uit is en krijgen we nergens meer een koel drankje of verfrissend ijsje. Maar ook het transport van organen voor transplantatie is dan niet meer verantwoord. Vakmensen in de koude- en installatietechniek zorgen ervoor dat al die apparatuur blijft functioneren en daarmee ons leven aangenaam en gezond houdt.
2. Wat doe je als je werkt met technische installaties?
Afhankelijk van je functie zorg je voor het installeren, de controle, de reparatie en het verbeteren (innovatie) van de apparatuur. Uit verschillende onderdelen stel je installaties samen. Ook verzorg je het instellen en inregelen. Het is technisch en nauwkeurig werk waarbij je bijna altijd bij de klant op bezoek bent. Je bent daar dus de ambassadeur van het bedrijf. Soms werk je alleen, vaak doe je de klus samen met een collega. Als het nodig is, bedenk je samen met je collega en de klant een passende oplossing. Het komt voor dat je je werk moet afstemmen op het werk van andere vakmensen (bijvoorbeeld een loodgieter of een tegelzetter). Je gaat altijd voor kwaliteit houd je aan veiligheids- en milieuregels. Ten slotte controleer je altijd of de installatie goed werkt.
Wat doe je als je werkt met elektrotechnische installatiesJe installeert bijvoorbeeld een datanetwerk in een kantoor, een beveiligingssysteem voor een school of een telefoonsysteem in een hotel. Daarna zorg je voor bedrading en bekabeling om deze aan te sluiten.
Wat doe je als je werkt met werktuigkundige installaties?Leidingen van bijvoorbeeld staal, koper of kunststof zijn materialen die je dagelijks gebruikt. Je bewerkt ze, verbindt ze met elkaar en monteert de complete installaties. Je plaatst en monteert op een veilige en snelle manier cv-ketels, verwarmingen, gasfornuizen en bijvoorbeeld sanitair, zoals douche, bad en toilet. Je moet goed opletten, want als leidingen niet goed zijn aangesloten, ontstaan er lekkages.
Wat doe je als je werkt met koudetechnische installaties?Je werkt met airco's, koel- en vrieskasten en met koudesystemen. Jij zorgt ervoor dat voedsel vers blijft en het klimaat in gebouwen aangenaam.
3. Waar kom je als je werkt met technische installaties
In veel gebouwen kom je veel verschillende technische installaties tegen. Je kunt bijvoorbeeld komen te werken in woningen, kantoren, ziekenhuizen, schoolgebouwen, hotels en restaurants. In al die gebouwen vind je zowel elektrotechnische als werktuigkundige en koudetechnische installaties.
Waar kom je als je werkt met elektrotechnische installaties?Elektrotechnische installaties vind je daarnaast ook in raffinaderijen en op boorplatforms. Datanetwerken, telefoon- en beveiligingssystemen zijn immers overal nodig.
Waar kom je als je werkt met werktuigkundige installaties?Je werkt overal waar gas- en waterleidingen zijn voor bijvoorbeeld centrale verwarming, toiletten, badkamers en keukens. Ook is het mogelijk dat je meewerkt aan klimaatinstallaties in grote gebouwen zoals hierboven genoemd. Maar je kunt ook op gebouwen bezig zijn met het plaatsen van dakgoten of het aanbrengen van dakbedekking (dakgoten worden door de monteur op het bedrijf gemaakt).
Waar kom je als je werkt met koudetechnische installaties?Als monteur kom je overal waar airco- of koudesystemen worden gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan supermarkten, slagerijen en slachthuizen, bakkerijen, cafés, en veilinggebouwen. Je kunt zelfs terechtkomen bij raffinaderijen en op boorplatforms.
Als de hierboven genoemde vakgebieden je aanspreken, is het goed te bedenken of de volgende kenmerken op jou van toepassing zijn:
Je hebt natuurlijk aanleg voor techniek. Je doet graag dingen samen met anderen, maar vindt het ook leuk om alleen op pad te zijn. Je kunt heel nauwkeurig werken en je bent alert op fouten. Ook ben je dienstverlenend en klantgericht. Je kunt dus ook goed met andere mensen omgaan. Bovendien heb je aandacht voor veiligheid en milieu. Ook is het belangrijk dat je graag met je handen bezig bent. Je moet snel en tegelijk zorgvuldig kunnen werken en je gemakkelijk aanpassen aan verschillende situaties. Je durft initiatief te nemen en hebt een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Je zet je graag in voor de ander en hecht veel waarde aan het nakomen van afspraken.
Als je kiest voor koudetechnische installaties is het bovendien belangrijk dat je ook onder druk goed kunt werken. En natuurlijk is het belangrijk dat je aandacht hebt voor voedselveiligheid.
Binnen de opleiding Installeren kun je kiezen uit verschillende richtingen en afhankelijk van het bedrijf waar je werkt doorgroeien naar specialistische functies. Welke eisen worden aan deze vakrichtingen gesteld? Wat moet je in huis hebben als je de arbeidsmarkt opkomt?
Monteur elektrotechnische installatiesJe installeert zowel eenvoudige als ingewikkelde elektrotechnische installaties en onderdelen daarvan. Het is vooral praktisch uitvoerend werk. Dat doe je alleen of samen met collega's. Door je te presenteren als ambassadeur van het bedrijf weet je klanten aan het bedrijf te binden. Je kunt goed samenwerken, bent klantbewust en je hebt aandacht voor kwaliteit.
Je kunt verder leren tot Eerste Monteur Elektrotechnische installaties, Servicemonteur Elektrotechniek of Technisch Tekenaar.
Monteur Werktuigkundige installatiesAls Monteur Werktuigkundige installaties ben je vooral met de uitvoering van klussen bezig. Je bent vaak samen met een Eerste Monteur Werktuigkundige installaties of de Eerste Monteur Dak op pad om bij klanten installaties voor te bereiden en aan te leggen. Je kunt goed samenwerken en je bent klantbewust.
Je kunt doorleren tot Eerste Monteur Werktuigkundige installaties, Eerste Monteur Dak, Servicemonteur Installatietechniek of Technisch Tekenaar.
AircomonteurJe werkt voornamelijk met aircosystemen. Bij het installeren monteer je de onderdelen ‘lekdicht' en sluit je deze aan met leidingen en kabels. Daarna controleer je natuurlijk of alles goed werkt. Je vult de airco met het middel dat zorgt voor de koeling (koudemiddel) en je zorgt ervoor dat deze in gebruik kan worden genomen. Bij het onderhoud maak je de onderdelen schoon, controleer je of de airco nog lekdicht is en of alles naar behoren functioneert. Je kunt goed samenwerken, bent klantbewust en je hebt aandacht voor kwaliteit.
Je kunt verder leren tot Eerste Monteur Koudetechniek, Inspectiemonteur Koudetechniek of Technisch Tekenaar.
Eerste monteur elektrotechnische installatiesJe installeert zowel eenvoudige als ingewikkelde elektrotechnische installaties en onderdelen daarvan. Ook verzorg je het periodiek onderhoud. Je stelt besturingsprogramma's in en regelt installaties in. Bovendien begeleid je andere monteurs. Door je te presenteren als ambassadeur van het bedrijf weet je klanten aan het bedrijf te binden. Je kunt goed samenwerken, bent klantbewust en zelfverzekerd en je hebt aandacht voor kwaliteit.
Je kunt verder leren tot Leidinggevend Monteur Elektrotechnische installaties, Servicetechnicus Elektrotechniek en Werkvoorbereider Installatie. Ook kun je je verbreden tot Servicemonteur Elektrotechniek of Technisch Tekenaar.
Eerste monteur Werktuigkundige installaties en DakJe werkt bij particulieren in huis of in een nieuwbouwproject. Of je bent met groter werk bezig: je installeert samen met collega's systemen die het klimaat regelen in grote openbare gebouwen, zoals ziekenhuizen en scholen. Je weet alles van het installeren en repareren van dakbedekkingen, goten en regenpijpen. Tijdens de klus begeleidt je een Monteur Werktuigkundige installaties. Je helpt hem op weg, toont begrip en bent geduldig. Verder kun je - bijvoorbeeld in overleg met elektromonteurs (Monteur elektrotechnische installaties) of tegelzetters - goed je ideeën naar voren brengen. Je kunt goed samenwerken, bent klantbewust en zelfverzekerd en je hebt aandacht voor kwaliteit.
Als Eerste Monteur Werktuigkundige installaties kun je verder leren tot Leidinggevend Monteur Werktuigkundige installaties, Servicetechnicus Installatietechniek, Werkvoorbereider Installatie. Ook hun je je verbreden tot Eerste Monteur Dak, Servicemonteur Installatietechniek of Technisch Tekenaar.
Als Eerste Monteur Dak kun je verder leren tot Leidinggevend Monteur Werktuigkundige installaties, Servicetechnicus Installatietechniek, Werkvoorbereider Installatie. Ook kun je je verbreden tot Eerste Monteur Werktuigkundige installaties, Servicemonteur Installatietechniek of Technisch Tekenaar.
Eerste Monteur KoudetechniekJe bent verantwoordelijk voor het installeren en in bedrijf stellen van alle soorten koudesystemen zoals koel, vries- en aircosystemen. Bij het installeren, monteer je de onderdelen en sluit je deze aan met leidingen en kabels. Daarna controleer je natuurlijk of alles goed werkt. Je vult het koudesysteem met het middel dat zorgt voor de koeling (koudemiddel) en je zorgt ervoor dat deze in gebruik kan worden genomen. Eventuele problemen in je werk los je zoveel mogelijk zelfstandig op. Je kunt goed samenwerken, bent klantbewust en zelfverzekerd en je hebt aandacht voor kwaliteit.
Je kunt verder leren tot Servicetechnicus Koudetechniek of Werkvoorbereider Installatie. Ook kun je je verbreden tot Inspectiemonteur Koudetechniek of Technisch Tekenaar.
Leidinggevend Monteur Elektrotechnische installatiesJe installeert zowel eenvoudige als ingewikkelde elektrotechnische installaties en onderdelen daarvan. Vervolgens maak je die installaties gebruiksklaar. Je stelt besturingsprogramma's in en regelt installaties in. Ook breng je waar nodig verbeteringen aan in installaties. Bovendien begeleid je andere monteurs. Door je te presenteren als ambassadeur van het bedrijf weet je klanten aan het bedrijf te binden. Je kunt goed samenwerken, bent flexibel, klantbewust en communicatief. Bovendien ben je zelfverzekerd, kun je slagvaardig optreden en heb je aandacht voor kwaliteit.
Je kunt verder leren tot Ontwerper/projectleider (Associate Degree: Elektrotechniek). Ook kun je je verbreden tot Servicetechnicus Elektrotechniek of Werkvoorbereider Installatie. En je kunt doorstromen naar het hbo. Technische/natuurkundige hbo-opleidingen als elektrotechniek, technische bedrijfskunde en industrieel product ontwerpen liggen het meest voor de hand.
Leidinggevend Monteur Werktuigkundige installatiesJe bent verantwoordelijk voor het werk aan een installatie, van de planning tot en met de oplevering. Je stuurt installatiemonteurs en onderaannemers aan en je zorgt ervoor dat alles lekker loopt, zoals de aanvoer van materiaal en gereedschap. Kortom, je bent een organisatietalent. Je kunt goed samenwerken, bent flexibel, klantbewust en communicatief. Bovendien ben je zelfverzekerd, kun je slagvaardig optreden en heb je aandacht voor kwaliteit.
Je kunt verder leren tot Ontwerper/projectleider (Associate Degree: Installatietechniek). Ook kun je je verbreden tot Servicetechnicus Installatietechniek of Werkvoorbereider Installatie. En je kunt doorstromen naar het hbo. Technische/natuurkundige hbo-opleidingen als werktuigbouwkunde, technische bedrijfskunde en industrieel product ontwerpen liggen het meest voor de hand.
Voor alle beroepen geldt dat je je ook kunt verbreden:
|
•
|
vanuit de elektrotechnische installatietechniek richting werktuigkundige installatietechniek, koudetechniek of af- en verbouwtechniek
|
|
•
|
vanuit de werktuigkundige installatietechniek richting elektrotechnische installatietechniek, koudetechniek of af- en verbouwtechniek
|
|
•
|
vanuit de koudetechniek richting elektrotechnische installatietechniek, werktuigkundige installatietechniek of af- en verbouwtechniek.
|
6. Waar staan de beroepen in de kwalificatiestructuur?
In onderstaand schema "Kwalificatiedossiers 2010-2011" zijn de kwalificaties voor beroepen(groepen) voor het Kenteq gebied (werktuigbouw, elektrotechniek, installatietechniek en ICT) weergegeven. Een kwalificatie laat zien wat je in huis moet hebben om een diploma te behalen, om aan de slag te kunnen bij een bedrijf en hoe je je verder kunt ontwikkelen. De kwalificatie geeft scholen en bedrijven de informatie die ze nodig hebben om de inhoud van de opleiding en examens te bepalen.
Van beneden naar boven zijn de MBO niveaus 1 tot en met 4 en het HBO/Associate Degree niveau neergezet. Om alle kwalificaties een plaats te kunnen geven zijn er 2 rijen onder elkaar gezet.
Van links naar rechts zijn kwalificaties gesorteerd op werksoort en typische locatie van het werk:
|
•
|
ontwerpen en werkvoorbereiden op het bedrijfsbureau (oranje),
|
|
•
|
uitvoeren/fabricage in de werkplaats (blauw),
|
|
•
|
uitvoeren/installatie op lokatie (groen),
|
|
•
|
nazorg/service aan de klant en bij de klant (paars).
|
7. Welke mogelijkheden zijn er om door te stromen?
Als een diploma voor een kwalificatie is behaald of men heeft zich in de beroepspraktijk gekwalificeerd is doorstroom mogelijk naar andere beroepen/kwalificaties.
Vanuit Installeren is doorstroom mogelijk naar een andere uitstroom van Installeren op het zelfde niveau (horizontale doorstroom) of het eerstvolgende hogere niveau (verticale doorstroom). Daarnaast is doorstroom mogelijk naar andere kwalificaties.
De doorstroom vanuit Installeren is weergegeven in onderstaand schema "Doorstroom vanuit Installeren". Vanuit Installeren (rood kader) zijn in het schema de meest voor de hand liggende doorstroommogelijkheden aangegeven met pijlen bij verwante kwalificaties. Dat kunnen ook kwalificaties zijn van een ander kenniscentrum dan Kenteq. In dat geval is alleen de naam van het kenniscentrum met een pijl aangegeven en geen specifiek dossier. Doorstroommogelijkheden naar andere kwalificaties dan in het schema getoonde worden niet uitgesloten.
Deel B: De kwalificaties 1. Inleiding Voor u ligt Deel B van het kwalificatiedossier Installeren. In dit deel worden op hoofdlijnen de diploma-eisen beschreven voor:
|
•
|
Monteur elektrotechnische installaties
|
|
•
|
Monteur werktuigkundige installaties
|
|
•
|
Aircomonteur
|
|
•
|
Eerste monteur elektrotechnische installaties
|
|
•
|
Eerste monteur werktuigkundige installaties
|
|
•
|
Eerste monteur dak
|
|
•
|
Eerste monteur koudetechniek
|
|
•
|
Leidinggevend monteur elektrotechnische installaties
|
|
•
|
Leidinggevend monteur werktuigkundige installaties
|
2. Algemene informatie 2.1 Colofon | |
|
Onder regie van
|
Kenteq
|
|
Ontwikkeld door
|
Kenteq, afdeling kwalificatiestructuur, in samenwerking met vertegenwoordigers van de branche en het middelbaar beroepsonderwijs.
|
|
Verantwoording
|
|
Vastgesteld door: het bestuur van Kenteq op advies van de paritaire commissie beroepsonderwijs bedrijfsleven van Kenteq.
|
|
Op: 01-12-2009
|
|
Te: Hilversum
|
|
2.2 Formele vereisten
|
Diploma(s)
|
Monteur elektrotechnische installaties - 2 Monteur werktuigkundige installaties - 2 Aircomonteur - 2 Eerste monteur elektrotechnische installaties - 3 Eerste monteur werktuigkundige installaties - 3 Eerste monteur dak - 3 Eerste monteur koudetechniek - 3 Leidinggevend monteur elektrotechnische installaties - 4 Leidinggevend monteur werktuigkundige installaties - 4
|
|
In- en doorstroomrechten
|
Voor instroom- en doorstroomrechten worden de wettelijke bepalingen aangehouden zoals vermeld in:
|
•
|
de Doorstroomregeling VMBO-Beroepsonderwijs (ministerie van OCW, 2003)
|
|
•
|
WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs (Staatsblad 501, 31 oktober 1995)
|
|
•
|
WHW: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, stb. 1992, 593)
|
|
|
Certificeerbare eenheden
|
Nee
|
|
Wettelijke beroepsvereisten
|
Ja
|
|
Branche vereisten
|
Nee
|
|
Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen
|
Als de wet Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen in werking treedt zullen de voor het mbo vastgestelde referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen van toepassing zijn. Op dat moment vervallen de generieke eisen aan Nederlandse taal zoals geformuleerd volgens het raamwerk Nederlands en opgenomen in het brondocument Leren, Loopbaan en Burgerschap.
De toewijzing van referentieniveaus aan mbo-opleidingen is als volgt: het referentieniveau 2F is van toepassing voor kwalificaties op niveaus 1, 2 en 3, het referentieniveau 3F is van toepassing voor kwalificaties van niveau 4.
|
|
Bron- en referentiedocumenten
|
In dit kwalificatiedossier is gebruik gemaakt van het referentiedocument (Moderne) Vreemde talen en Nederlands.
Onlosmakelijk met dit kwalificatiedossier verbonden is het Brondocument Leren, Loopbaan en Burgerschap. De kwalificatie-eisen die in dit brondocument worden beschreven vormen samen met de diplomavereisten in dit kwalificatiedossier de wettelijke basis voor het onderwijs. Het brondocument is te vinden op
www.coordinatiepunt.nl
De volgende BCP's vormen de basis voor dit dossier:
|
2.3 Typering beroepengroep De beroepsbeoefenaar is werkzaam in de sector techniek bij een bedrijf dat werktuigkundige en/of elektrotechnische en/of koudetechnische installaties aanlegt, repareert en wijzigt. De bedrijven zijn zowel klein als groot van omvang en kunnen zowel regionaal, landelijk als internationaal actief zijn. De werkzaamheden kunnen bestaan uit het installeren, inregelen en in bedrijf stellen van installaties in bijvoorbeeld woningen, woongebouwen, winkelbedrijven, utiliteitsgebouwen (zoals scholen, kantoorgebouwen en ziekenhuizen) etc. en het bedekken van daken. Prefabricage werkzaamheden kunnen ook in een werkplaats op het bedrijf worden verricht. Tijdens zijn werk heeft de beroepsbeoefenaar mogelijk te maken met collega’s, werknemers van andere bedrijven die in dezelfde omgeving werken, opdrachtgevers en klanten.
De beroepsbeoefenaar verricht activiteiten, uitgaande van een werktekening, werkopdracht en instructies, ten behoeve van de aanleg, reparatie en wijziging van:
|
•
|
werktuigkundige installaties zoals gas-, water- centrale verwarming- en ventilatie en alle daartoe behorende componenten.
|
|
•
|
elektrotechnische installaties zoals algemene elektrotechnische installaties, gebouwbeheerssystemen, data- en telecommunicatie en alle daartoe behorende componenten.
|
|
•
|
koude- en luchtbehandelingsinstallaties en alle daartoe behorende componenten.
|
|
•
|
dakafwateringen.
|
Materialen, hun verwerkings- en verbindingstechnieken en de daarbij behorende risico’s zijn binnen elke discipline wezenlijk verschillend. De werkomgeving en de daarbij behorende risico’s zijn voor de eerste twee echter in veel gevallen hetzelfde. Dakdekken vindt (altijd) op hoogte plaats en brengt zo zijn eigen risico’s met zich mee zoals brand, verbranding en vallen. Aandacht voor veiligheid, gezondheid en milieu met het oog op het betrouwbaar en duurzaam functioneren van de installatie of dakafwatering, staan tijdens de uitvoering van de werkzaamheden centraal. Tijdsdruk voor het opleveren van een werk, mag nooit leiden tot het nemen van onaanvaardbare risico’s! De beroepsbeoefenaar werkt goed samen, streeft een goede kwaliteit van zijn eigen werk na, is klantvriendelijk, handelt adequaat bij werkopdrachten die onvolledig zijn of uitgaan van onjuiste veronderstellingen en werkt uit zichzelf volgens de voorschriften op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu. Bij de monteur ligt de nadruk van de werkzaamheden op het volgens opdracht en instructie uitvoeren van aanleg-, onderhoud- en reparatiewerkzaamheden.
De aircomonteur installeert, onderhoudt en verhelpt storingen aan single split aircosystemen en heeft vaak rechtstreeks met klanten te maken. De eerste monteur bepaalt aan de hand van een technische tekening de positie van componenten en route van kabels/leidingen, stelt de installatie in en begeleidt monteurs bij de uit te voeren werkzaamheden.
De eerste monteur dak brengt naast installaties ook dakafwateringen aan.
De leidinggevend monteur coördineert op de werklocatie de uit te voeren werkzaamheden en geeft leiding aan monteurs. Afhankelijk van de grootte van het werk, werkt hij zelf mee in de uitvoering.
2.4 Loopbaanperspectief
Binnen het werkgebieden elektrotechnische installaties, werktuigkundige installaties en koudetechnische installaties liggen de volgende loopbaanmogelijkheden voor de hand die door opleiding en ervaring kunnen worden bereikt.
De Monteur Elektrotechnische installaties kan:
|
•
|
doorgroeien als Eerste Monteur Elektrotechnische installaties,
|
|
•
|
doorgroeien als Servicemonteur Elektrotechniek,
|
|
•
|
doorgroeien als Technisch Tekenaar.
|
De Monteur Werktuigkundige installaties kan:
|
•
|
doorgroeien als Eerste Monteur Werktuigkundige installaties,
|
|
•
|
doorgroeien als Eerste Monteur Dak,
|
|
•
|
doorgroeien als Servicemonteur Installatietechniek,
|
|
•
|
doorgroeien als Technisch Tekenaar.
|
De Aircomonteur kan:
|
•
|
doorgroeien als Eerste Monteur Koudetechniek,
|
|
•
|
doorgroeien als Inspectiemonteur Koudetechniek,
|
|
•
|
doorgroeien als Technisch Tekenaar.
|
De Eerste Monteur Elektrotechnische installaties kan:
|
•
|
doorgroeien als Leidinggevend Monteur Elektrotechnische installaties,
|
|
•
|
doorgroeien als Servicetechnicus Elektrotechniek,
|
|
•
|
doorgroeien als Werkvoorbereider Installatie,
|
|
•
|
zich verbreden als Servicemonteur Elektrotechniek,
|
|
•
|
zich verbreden als Technisch Tekenaar.
|
De Eerste Monteur Werktuigkundige installaties kan:
|
•
|
doorgroeien als Leidinggevend Monteur Werktuigkundige installaties,
|
|
•
|
doorgroeien als Servicetechnicus Installatietechniek,
|
|
•
|
doorgroeien als Werkvoorbereider Installatie,
|
|
•
|
zich verbreden als Eerste Monteur Dak,
|
|
•
|
zich verbreden als Servicemonteur Installatietechniek,
|
|
•
|
zich verbreden als Technisch Tekenaar.
|
De Eerste Monteur Dak kan:
|
•
|
doorgroeien als Leidinggevend Monteur Werktuigkundige installaties,
|
|
•
|
doorgroeien als Servicetechnicus Installatietechniek,
|
|
•
|
doorgroeien als Werkvoorbereider Installatie,
|
|
•
|
zich verbreden als Eerste Monteur Werktuigkundige installaties,
|
|
•
|
zich verbreden als Servicemonteur Installatietechniek,
|
|
•
|
zich verbreden als Technisch Tekenaar.
|
De Eerste Monteur Koudetechniek kan:
|
•
|
doorgroeien als Servicetechnicus Koudetechniek,
|
|
•
|
doorgroeien als Werkvoorbereider Installatie,
|
|
•
|
zich verbreden als Inspectiemonteur Koudetechniek,
|
|
•
|
zich verbreden als Technisch Tekenaar.
|
De Leidinggevend Monteur Elektrotechnische installaties kan:
|
•
|
doorgroeien als Ontwerper/projectleider (Associate Degree: elektrotechniek of technische bedrijfskunde),
|
|
•
|
zich verbreden als Servicetechnicus Elektrotechniek,
|
|
•
|
zich verbreden als Werkvoorbereider Installatie,
|
|
•
|
doorstromen naar het HBO. Technische/natuurkundige hbo-opleidingen als
elektrotechniek, technische bedrijfskunde en industrieel product ontwerpen liggen het meest voor de hand.
|
De Leidinggevend Monteur Werktuigkundige installaties kan:
|
•
|
doorgroeien als Ontwerper/projectleider (Associate Degree: installatietechniek of technische bedrijfskunde),
|
|
•
|
zich verbreden als Servicetechnicus Installatietechnie,
|
|
•
|
zich verbreden als Werkvoorbereider Installatie,
|
|
•
|
doorstromen naar het HBO. Technische/natuurkundige hbo-opleidingen als
werktuigbouwkunde, technische bedrijfskunde en industrieel product ontwerpen liggen het meest voor de hand.
|
Verder is verbreding mogelijk:
|
•
|
vanuit de elektrotechnische installatietechniek richting werktuigkundige installatietechniek,
koudetechniek of af- en verbouwtechniek.
|
|
•
|
vanuit de werktuigkundige installatietechniek richting elektrotechnische installatietechniek,
koudetechniek of af- en verbouwtechniek.
|
|
•
|
vanuit de koudetechniek richting elektrotechnische installatietechniek, werktuigkundige installatietechniek of af- en verbouwtechniek.
|
2.5 Trends en innovaties
Hieronder worden enkele, voor de in dit kwalificatiedossier beschreven beroepen relevante ontwikkelingen
beschreven. Het gaat hierbij om ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en de beroepspraktijkvorming,
ontwikkelingen in wetgeving en overheidsregulering en ontwikkelingen in de beroepsuitoefening zelf (b.v.
technologische veranderingen of marktontwikkelingen in de sector). Deze ontwikkelingen worden beschreven
om instellingen daarmee de mogelijkheid te bieden in de opleiding al rekening te houden met toekomstige
veranderingen in de beroepsuitoefening.
|
Arbeidsmarkt en beroepspraktijkvorming
|
Uit Kenteq Arbeidsmarkt- en onderwijsinformatie over de afgelopen 5 jaar blijkt dat het arbeidsmarktperspectief van technisch gediplomeerden gunstig is. Voor de domeinen Elektrotechniek, Installatietechniek, Werktuigbouw, (Fijn-)Mechanische Techniek en Vliegtuigtechniek is er een sterke vervangingsvraag en een beperkte uitbreidingsvraag. Dit geldt voor alle niveaus en specialismen. Ondanks de economische terugval van 2009 zijn de verwachtingen nog steeds positief en ontstaat er zeker geen structureel tekort aan arbeidsplaatsen. Gedetailleerde informatie over de geschatte tekorten en overschotten zijn te vinden op www.kenteq.nl (Diensten/Arbeidsmarktadvies). Voor alle kwalificaties van Kenteq zijn voldoende BPV plaatsen. Leerbedrijven bieden binnen het bedrijf steeds meer opleidingsmogelijkheden. Ook kunnen leerlingen bij steeds meer bedrijven – in het kader van hun leerloopbaan - voor zowel de breedte als ook voor doorstroming terecht. Welke erkende leerbedrijven er op dit moment voor deze kwalificatie zijn is te zien in het register van erkende leerbedrijven van Kenteq op www.kenteq.nl (Diensten/Register Erkende Leerbedrijven). Voor stages is er een website www.stagemarkt.nl
|
|
Wetgeving en regelgeving
|
Beroepsbeoefenaren moeten in toenemende mate gecertificeerd of gediplomeerd zijn om te kunnen werken binnen de verschillende werkgebieden. Daarbij heeft men regelmatig te maken met wijzigingen in regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden, veiligheid, gezondheid en milieu. Beroepsbeoefenaren moeten hun werk volgens de meest recente normen en voorschriften uitvoeren.
|
|
Ontwikkelingen in de beroepsuitoefening
|
De gehele beroepengroep krijgt steeds vaker te maken met:
|
•
|
het uitvoeren van complexere opdrachten door branchevervaging tussen koudetechniek, werktuigkundige en elektrotechnische installatietechniek;
|
|
•
|
samenwerkende kleine bedrijven die medewerkers aan elkaar uitlenen, waardoor de beroepsbeoefenaar zich snel moet kunnen aanpassen;
|
|
•
|
een kortere tijd waarin het bouwproces moet worden afgerond;
|
|
•
|
het belangrijker worden van rapportage en kwaliteit als gevolg van prestatiecontracten;
|
|
•
|
veeleisende klant die meer weet en daardoor meer mee bepaalt. Dit vereist een andere houding van de beroepsbeoefenaar;
|
|
•
|
veranderende materialen en verbindingsmethoden, waardoor werkzaamheden versneld en vereenvoudigd uitgevoerd kunnen worden;
|
|
•
|
handelingen die voortaan met computer moeten worden uitgevoerd: bijvoorbeeld administratie, e-mail, planningsmethodieken of het gebruik van catalogi op cd-rom en internet;
|
|
•
|
wisselende samenstelling van montageteams doordat ZZP’ers (zelfstandigen zonder personeel) vaker zullen worden ingehuurd;
|
|
•
|
het verplicht volgen van een VCA-opleiding (Veiligheids Checklijst Aannemers);
|
|
•
|
werken in het buitenland en buitenlandse werknemers in het eigen bedrijf door de toename van mobiliteit binnen Europa.
|
Binnen de elektrotechnische installatietechniek:
|
•
|
toename van het gebruik van ICT en bustechnologie.
|
Binnen de werktuigkundige installatietechniek:
|
•
|
toename in het toepassen van flexibele kunststof gasleidingen en installeren van lage temperatuur verwarming (LTV), warmtepompboilers, mini warmtekracht systemen, zonne-energie onderdelen (‘dakwerkzaamheden’), kunststof dakbedekking, regenopvang/waterbesparende technieken; ventilatiesystemen
|
|
•
|
verplichte aanvullende diplomering van monteurs die koudetechnische handelingen verichten aan het koeltechnische gedeelte van warmtepompen.
|
Binnen de koudetechniek:
|
•
|
Er wordt steeds meer gebruik gemaakt van natuurlijke en brandbare koudemiddelen in plaats van synthetische koudemiddelen. Kennis van dit soort koudemiddelen zal de beroepsbeoefenaar aangeleerd moeten worden.
|
|
3. Overzicht van het kwalificatiedossier
Een kwalificatiedossier kan een of meerdere uitstromen bevatten. Met behulp van onderstaande matrix wordt,
door te markeren welke kerntaken en werkprocessen de verschillende uitstromen gemeen hebben, duidelijk
gemaakt waar de verwantschap tussen de verschillende uitstromen zich bevindt en waar uitstromen van elkaar
verschillen.
Indien een dossier slechts 1 uitstroom bevat, wordt in deze matrix alleen het overzicht gegeven van de
kerntaken en werkprocessen die bij deze uitstroom horen.
Legenda:
U1: Monteur elektrotechnische installaties
U2: Monteur werktuigkundige installaties
U3: Aircomonteur
U4: Eerste monteur elektrotechnische installaties
U5: Eerste monteur werktuigkundige installaties
U6: Eerste monteur dak
U7: Eerste monteur koudetechniek
U8: Leidinggevend monteur elektrotechnische installaties
U9: Leidinggevend monteur werktuigkundige installaties
| | | |
|
|
Uitstroom
|
|
Kerntaak
|
Werkproces
|
U1
|
U2
|
U3
|
U4
|
U5
|
U6
|
U7
|
U8
|
U9
|
|
Kerntaak 1:
Installeert technische installaties
|
|
|
|
1.1
|
Voorbereiden installatiewerkzaamheden
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
|
1.2
|
Assembleren van deelproducten
|
x
|
|
|
x
|
|
|
|
|
|
|
1.3
|
Demonteren van componenten en kabels/leidingen
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
|
1.4
|
Bepalen positie van componenten en route van kabels/leidingen
|
|
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
|
1.5
|
Aanleggen kabels/leidingen
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
|
1.6
|
Plaatsen en monteren componenten
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
|
1.7
|
Beproeven van installatie
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
|
1.8
|
Instellen van componenten en installatie
|
|
|
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
|
1.9
|
Begeleiden installatiewerkzaamheden
|
|
|
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
|
1.10
|
Afronden installatiewerkzaamheden
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
x
|
|
Kerntaak 2:
Brengt dakafwateringen aan
|
|
|
|
2.1
|
Bepalen reparatieplan
|
|
|
|
|
|
x
|
|
|
|
|
2.2
|
Voorbereiden dak- en gevelwerkzaamheden
|
|
|
|
|
|
x
|
|
|
|
|
2.3
|
Repareren dakconstructie
|
|
|
|
|
|
x
|
|
|
|
|
2.4
|
Aanbrengen bitumineuze en/of kunststof dakbedekkingsystemen
|
|
|
|
|
|
x
|
|
|
|
|
2.5
|
Vervaardigen goten en hemelwaterafvoeren
|
|
|
|
|
|
x
|
|
|
|
|
2.6
|
Aanbrengen goten en hemelwaterafvoeren
|
|
|
|
|
|
x
|
|
|
|
|
2.7
|
Begeleiden dak- en gevelwerkzaamheden
|
|
|
|
|
|
x
|
|
|
|
|
2.8
|
Afronden dak- en gevelwerkzaamheden
|
|
|
|
|
|
x
|
|
|
|
|
Kerntaak 3:
Geeft leiding aan monteurs en coördineert de werkzaamheden
|
|
|
|
3.1
|
Opstarten van werkzaamheden
|
|
|
|
|
|
|
|
x
|
x
|
|
3.2
|
Aansturen monteurs en onderaannemers
|
|
|
|
|
|
|
|
x
|
x
|
|
3.3
|
Beheersen van materialen, gereedschappen en materieel
|
|
|
|
|
|
|
|
x
|
x
|
|
3.4
|
Realiseren optimale werkuitvoering
|
|
|
|
|
|
|
|
x
|
x
|
|
3.5
|
Administreren en archiveren van projectgegevens
|
|
|
|
|
|
|
|
x
|
x
|
4. Beschrijving van de uitstromen In dit hoofdstuk worden de verschillende uitstromen van dit kwalificatiedossier nader omschreven. De uitstromen welk deel uit maken van dit dossier zijn:
|
•
|
Monteur elektrotechnische installaties
|
|
•
|
Monteur werktuigkundige installaties
|
|
•
|
Aircomonteur
|
|
•
|
Eerste monteur elektrotechnische installaties
|
|
•
|
Eerste monteur werktuigkundige installaties
|
|
•
|
Eerste monteur dak
|
|
•
|
Eerste monteur koudetechniek
|
|
•
|
Leidinggevend monteur elektrotechnische installaties
|
|
•
|
Leidinggevend monteur werktuigkundige installaties
|
4.1 Monteur elektrotechnische installaties Algemene informatie | |
|
Context van de uitstroom
|
De monteur elektrotechnische installaties is werkzaam in de sector techniek bij een installatiebedrijf dat zowel eenvoudige als complexe elektrotechnische installaties aanlegt, onderhoudt en wijzigt. Het betreft installaties als algemene elektrotechnische installaties, gebouwbeheerssystemen, datanetwerken, telecominstallaties, (openbare) verlichting en verkeerssignalering. Het werk wordt buiten het bedrijf, op locatie verricht. Assemblagewerkzaamheden kunnen op een werkplaats binnen het bedrijf worden uitgevoerd.
|
|
Typerende beroepshouding
|
De monteur elektrotechnische installaties beschikt over verantwoordelijkheidsgevoel. Hij werkt goed samen, streeft een goede kwaliteit van zijn eigen werk na, handelt adequaat bij werkopdrachten die onvolledig zijn of uitgaan van onjuiste veronderstellingen en werkt uit zichzelf volgens de voorschriften op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu.
|
|
Niveau van de beroepsuitoefening
|
Niveau 2
|
|
Rol en verantwoordelijkheden
|
De monteur elektrotechnische installaties heeft een uitvoerende rol. Hij werkt zelfstandig onder supervisie van een (vakvolwassen) collega, leidinggevende of een project-/bedrijfsleider. Bij onbekende situaties raadpleegt hij zijn leidinggevende. Hij is verantwoordelijk voor de kwaliteit van zijn eigen werk.
|
|
Complexiteit
|
De monteur elektrotechnische installaties werkt volgens standaard werkwijzen. Hij maakt gebruik van algemene basiskennis en basisvaardigheden op het gebied van elektrotechnische installaties en deelproducten. Hij kan bij de uitvoering van zijn werkzaamheden altijd terugvallen op een vakvolwassen collega of leidinggevende.
|
|
Wettelijke beroepsvereisten
|
Nee
|
|
Branche vereisten
|
Nee
|
|
Nederlands en (moderne) vreemde talen, rekenen en wiskunde
|
Als de wet Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen in werking treedt, zijn de voor het mbo vastgestelde referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen van toepassing.
Voor deze kwalificatie zijn het referentieniveau Nederlands en het referentieniveau rekenen vastgesteld op 2F.
De voor het beroep benodigde taal- en rekenvaardigheden zijn weergegeven in deel C van dit dossier. In deel D zijn de beheersingsniveaus in tabelvorm opgenomen en zijn de beroepsgerichte niveau-eisen verantwoord.
|
4.2 Monteur werktuigkundige installaties Algemene informatie | |
|
Context van de uitstroom
|
De monteur werktuigkundige installaties is werkzaam in de sector techniek bij een installatiebedrijf dat zowel eenvoudige als complexe werktuigkundige installaties (zoals voor gas, water, centrale verwarming, ventilatie, brandbestrijding en/of riolering) aanlegt, onderhoudt en wijzigt. Het werk kan plaats vinden in woningen, kleine utiliteitsgebouwen, seriematige woningbouw, woongebouwen (flats), grote utiliteitsgebouwen (zoals ziekenhuizen, kantoorgebouwen, scholen).
|
|
Typerende beroepshouding
|
De monteur werktuigkundige installaties beschikt over verantwoordelijkheidsgevoel. Hij werkt goed samen, streeft een goede kwaliteit van zijn eigen werk na, handelt adequaat bij werkopdrachten die onvolledig zijn of uitgaan van onjuiste veronderstellingen en werkt uit zichzelf volgens de voorschriften op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu.
|
|
Niveau van de beroepsuitoefening
|
Niveau 2
|
|
Rol en verantwoordelijkheden
|
De monteur werktuigkundige installaties heeft een uitvoerende rol. Hij werkt zelfstandig onder supervisie van een (vakvolwassen) collega, leidinggevende of een project-/bedrijfsleider. Bij onbekende situaties raadpleegt hij zijn leidinggevende. Hij is verantwoordelijk voor de kwaliteit van zijn eigen werk.
|
|
Complexiteit
|
De monteur werktuigkundige installaties werkt volgens standaard werkwijzen. Hij maakt gebruik van algemene basiskennis en basisvaardigheden op het gebied van werktuigkundige installaties. Hij kan bij de uitvoering van zijn werkzaamheden altijd terugvallen op een vakvolwassen collega of leidinggevende.
|
|
Wettelijke beroepsvereisten
|
Nee
|
|
Branche vereisten
|
Nee
|
|
Nederlands en (moderne) vreemde talen, rekenen en wiskunde
|
Als de wet Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen in werking treedt, zijn de voor het mbo vastgestelde referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen van toepassing.
Voor deze kwalificatie zijn het referentieniveau Nederlands en het referentieniveau rekenen vastgesteld op 2F.
De voor het beroep benodigde taal- en rekenvaardigheden zijn weergegeven in deel C van dit dossier. In deel D zijn de beheersingsniveaus in tabelvorm opgenomen en zijn de beroepsgerichte niveau-eisen verantwoord.
|
4.3 Aircomonteur Algemene informatie | |
|
Context van de uitstroom
|
De Aircomonteur is werkzaam in de sector techniek bij een installatiebedrijf dat installaties op het gebied van professionele koudetechniek, luchtbehandeling, comforttechniek en industriële koeltechniek aanlegt, onderhoudt en wijzigt. Hij werkt altijd op locatie, zowel buiten als binnen bij particuliere en zakelijke klanten in bijvoorbeeld woningen, woongebouwen, scholen, detailhandel, winkels of kantoren.
|
|
Typerende beroepshouding
|
De Aircomonteur is een visitekaartje van het bedrijf, is representatief en heeft een uitstekende houding en gedrag bij klanten. Hij levert kwalitatief goed werk dat voldoet aan de eisen en wensen van de klant. Hij beperkt overlast tot een minimum, voorkomt schade en is klantvriendelijk. Hij werkt uit zichzelf volgens de voorschriften op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu.
|
|
Niveau van de beroepsuitoefening
|
Niveau 2
|
|
Rol en verantwoordelijkheden
|
De Aircomonteur heeft een uitvoerende rol. Hij werkt zelfstandig aan de aan hem opgedragen opdrachten . Bij onbekende situaties raadpleegt hij zijn leidinggevende. Hij is verantwoordelijk voor de kwaliteit van zijn eigen werk.
|
|
Complexiteit
|
De Aircomonteur werkt volgens standaard werkwijzen. Hij maakt gebruik van algemene basiskennis en basisvaardigheden op het gebied van aircosystemen. Hij kan bij de uitvoering van zijn werkzaamheden altijd terugvallen op een vakvolwassen collega of leidinggevende.
|
|
Wettelijke beroepsvereisten
|
Ja, Regeling gefluoreerde broeikasgassen en gereguleerde stoffen koelinstallaties (regeling van de minister van VROM).
|
|
Branche vereisten
|
Nee
|
|
Nederlands en (moderne) vreemde talen, rekenen en wiskunde
|
Als de wet Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen in werking treedt, zijn de voor het mbo vastgestelde referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen van toepassing.
Voor deze kwalificatie zijn het referentieniveau Nederlands en het referentieniveau rekenen vastgesteld op 2F.
De voor het beroep benodigde taal- en rekenvaardigheden zijn weergegeven in deel C van dit dossier. In deel D zijn de beheersingsniveaus in tabelvorm opgenomen en zijn de beroepsgerichte niveau-eisen verantwoord.
|
4.4 Eerste monteur elektrotechnische installaties Algemene informatie | |
|
Context van de uitstroom
|
De eerste monteur elektrotechnische installaties is werkzaam in de sector techniek bij een installatiebedrijf dat zowel eenvoudige als complexe elektrotechnische installaties aanlegt, onderhoudt en wijzigt. Het betreft installaties als algemene elektrotechnische installaties, gebouwbeheerssystemen, datanetwerken, telecominstallaties, (openbare) verlichting en verkeerssignalering. Het werk wordt buiten het bedrijf, op locatie verricht. Assemblagewerkzaamheden kunnen op een werkplaats binnen het bedrijf worden uitgevoerd.
|
|
Typerende beroepshouding
|
De eerste monteur elektrotechnische installaties beschikt over verantwoordelijkheidsgevoel. Hij werkt goed samen, streeft een goede kwaliteit van zijn eigen werk na, handelt adequaat bij werkopdrachten die onvolledig zijn of uitgaan van onjuiste veronderstellingen en werkt uit zichzelf volgens de voorschriften op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu. Daarnaast voert hij zijn werk zelfstandig en zelfverzekerd uit en neemt hierbij initiatieven. Hij kan goed contact onderhouden met klanten (particulieren én bedrijven).
|
|
Niveau van de beroepsuitoefening
|
Niveau 3
|
|
Rol en verantwoordelijkheden
|
De eerste monteur elektrotechnische installaties heeft een uitvoerende en vaktechnisch begeleidende rol. Hij werkt zelfstandig onder supervisie van een (vakvolwassen) collega, leidinggevende of een project-/bedrijfsleider. Hij speelt - binnen grenzen - in op wisselende/ onverwachte omstandigheden. Hij is verantwoordelijk voor de kwaliteit van zijn eigen werk en het resultaat van het werk van de monteurs die hij begeleidt. Tevens draagt hij verantwoordelijkheid voor de veiligheid op de werkplek.
|
|
Complexiteit
|
De eerste monteur elektrotechnische installaties werkt voor een deel volgens standaard werkwijzen. Een ander deel van het werk kan hij naar eigen inzicht uitvoeren. Hij maakt gebruik van algemene kennis en vaardigheden op het gebied van elektrotechnische installaties en deelproducten. Hij kan bij de uitvoering van zijn werkzaamheden altijd terugvallen op een vakvolwassen collega of leidinggevende.
|
|
Wettelijke beroepsvereisten
|
Nee
|
|
Branche vereisten
|
Nee
|
|
Nederlands en (moderne) vreemde talen, rekenen en wiskunde
|
Als de wet Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen in werking treedt, zijn de voor het mbo vastgestelde referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen van toepassing.
Voor deze kwalificatie zijn het referentieniveau Nederlands en het referentieniveau rekenen vastgesteld op 2F.
De voor het beroep benodigde taal- en rekenvaardigheden zijn weergegeven in deel C van dit dossier. In deel D zijn de beheersingsniveaus in tabelvorm opgenomen en zijn de beroepsgerichte niveau-eisen verantwoord.
|
4.5 Eerste monteur werktuigkundige installaties Algemene informatie | |
|
Context van de uitstroom
|
De eerste monteur werktuigkundige installaties is werkzaam in de sector techniek bij een installatiebedrijf dat zowel eenvoudige als complexe werktuigkundige installaties (zoals voor gas, water, centrale verwarming, ventilatie, brandbestrijding en/of riolering) aanlegt, onderhoudt en wijzigt. Het werk kan plaats vinden in woningen, kleine utiliteitsgebouwen, seriematige woningbouw, woongebouwen (flats), grote utiliteitsgebouwen (zoals ziekenhuizen, kantoorgebouwen, scholen).
|
|
Typerende beroepshouding
|
De eerste monteur werktuigkundige installaties beschikt over verantwoordelijkheidsgevoel. Hij werkt goed samen, streeft een goede kwaliteit van zijn eigen werk na, handelt adequaat bij werkopdrachten die onvolledig zijn of uitgaan van onjuiste veronderstellingen en werkt uit zichzelf volgens de voorschriften op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu. Daarnaast voert hij zijn werk zelfstandig en zelfverzekerd uit en neemt hierbij initiatieven. Hij kan goed contact onderhouden met klanten (particulieren én bedrijven).
|
|
Niveau van de beroepsuitoefening
|
Niveau 3
|
|
Rol en verantwoordelijkheden
|
De eerste monteur werktuigkundige installaties heeft een uitvoerende en vaktechnisch begeleidende rol. Hij werkt zelfstandig onder supervisie van een (vakvolwassen) collega, leidinggevende of een project-/bedrijfsleider. Hij speelt - binnen grenzen - in op wisselende/ onverwachte omstandigheden. Hij is verantwoordelijk voor de kwaliteit van zijn eigen werk en het resultaat van het werk van de monteurs die hij begeleidt. Tevens draagt hij verantwoordelijkheid voor de veiligheid op de werkplek.
|
|
Complexiteit
|
De eerste monteur werktuigkundige installaties werkt voor een deel volgens standaard werkwijzen. Een ander deel van het werk kan hij naar eigen inzicht uitvoeren. Hij maakt gebruik van algemene kennis en vaardigheden op het gebied van werktuigkundige installaties. Hij kan bij de uitvoering van zijn werkzaamheden altijd terugvallen op een vakvolwassen collega of leidinggevende.
|
|
Wettelijke beroepsvereisten
|
Nee
|
|
Branche vereisten
|
Nee
|
|
Nederlands en (moderne) vreemde talen, rekenen en wiskunde
|
Als de wet Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen in werking treedt, zijn de voor het mbo vastgestelde referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen van toepassing.
Voor deze kwalificatie zijn het referentieniveau Nederlands en het referentieniveau rekenen vastgesteld op 2F.
De voor het beroep benodigde taal- en rekenvaardigheden zijn weergegeven in deel C van dit dossier. In deel D zijn de beheersingsniveaus in tabelvorm opgenomen en zijn de beroepsgerichte niveau-eisen verantwoord.
|
4.6 Eerste monteur dak Algemene informatie | |
|
Context van de uitstroom
|
De eerste monteur dak is werkzaam in de sector techniek bij een installatiebedrijf dat werktuigkundige installaties (zoals voor gas, water, centrale verwarming, ventilatie en/of riolering) en dakafwateringen aanlegt, onderhoudt en wijzigt. Het werk kan plaats vinden in woningen, kleine utiliteitsgebouwen en seriematige woningbouw.
|
|
Typerende beroepshouding
|
De eerste monteur dak beschikt over verantwoordelijkheidsgevoel. Hij werkt goed samen, streeft een goede kwaliteit van zijn eigen werk na, handelt adequaat bij werkopdrachten die onvolledig zijn of uitgaan van onjuiste veronderstellingen en werkt uit zichzelf volgens de voorschriften op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu. Daarnaast voert hij zijn werk zelfstandig en zelfverzekerd uit en neemt hierbij initiatieven. Hij kan goed contact onderhouden met klanten (particulieren én bedrijven).
|
|
Niveau van de beroepsuitoefening
|
Niveau 3
|
|
Rol en verantwoordelijkheden
|
De eerste monteur dak heeft een uitvoerende en vaktechnisch begeleidende rol. Hij werkt zelfstandig onder supervisie van een (vakvolwassen) collega, leidinggevende of een project-/bedrijfsleider. Hij speelt - binnen grenzen - in op wisselende/ onverwachte omstandigheden. Hij is verantwoordelijk voor de kwaliteit van zijn eigen werk en het resultaat van het werk van de monteurs die hij begeleidt. Tevens draagt hij verantwoordelijkheid voor de veiligheid op de werkplek.
|
|
Complexiteit
|
De eerste monteur dak werkt voor een deel volgens standaard werkwijzen. Een ander deel van het werk kan hij naar eigen inzicht uitvoeren. Hij maakt gebruik van algemene kennis en vaardigheden op het gebied van werktuigkundige installaties, platte dakconstructies, isolatie en ventilatie van daken en dakafwateringen. Hij kan bij de uitvoering van zijn werkzaamheden altijd terugvallen op een vakvolwassen collega of leidinggevende.
|
|
Wettelijke beroepsvereisten
|
Nee
|
|
Branche vereisten
|
Nee
|
|
Nederlands en (moderne) vreemde talen, rekenen en wiskunde
|
Als de wet Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen in werking treedt, zijn de voor het mbo vastgestelde referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen van toepassing.
Voor deze kwalificatie zijn het referentieniveau Nederlands en het referentieniveau rekenen vastgesteld op 2F.
De voor het beroep benodigde taal- en rekenvaardigheden zijn weergegeven in deel C van dit dossier. In deel D zijn de beheersingsniveaus in tabelvorm opgenomen en zijn de beroepsgerichte niveau-eisen verantwoord.
|
4.7 Eerste monteur koudetechniek Algemene informatie | |
|
Context van de uitstroom
|
De eerste monteur koudetechniek is werkzaam in de sector techniek bij een installatiebedrijf dat installaties op het gebied van professionele koudetechniek, luchtbehandeling, comforttechniek en industriële koeltechniek aanlegt, onderhoudt en wijzigt. Hij werkt hoofdzakelijk op locatie in bijvoorbeeld de utiliteit, horeca, detailhandel, chemische- en of proces industrie, vlees- , vis- , en AGF- en voedselverwerkende industrie en de scheepsbouw etc. Afhankelijk van de opdracht werkt hij buiten of binnen, ook op hoogte en op moeilijk bereikbare plaatsen.
|
|
Typerende beroepshouding
|
De eerste monteur koudetechniek heeft een professionele beroepshouding, werkt adequaat samen met collega’s en medewerkers van andere disciplines. Hij is een visitekaartje van het bedrijf, is representatief, en is klantvriendelijk. Hij levert kwalitatief goed werk dat voldoet aan de eisen en wensen van de klant. Hij deelt “nieuwe” ervaringen die nuttig of belangrijk zijn om te weten, met collega’s.
|
|
Niveau van de beroepsuitoefening
|
Niveau 3
|
|
Rol en verantwoordelijkheden
|
De eerste monteur koudetechniek heeft een uitvoerende en vaktechnisch begeleidende rol. Hij werkt zelfstandig onder supervisie van een (vakvolwassen) collega, leidinggevende of een project-/bedrijfsleider. Hij speelt - binnen grenzen - in op wisselende/ onverwachte omstandigheden. Hij is verantwoordelijk voor de kwaliteit van zijn eigen werk en het resultaat van het werk van de monteurs die hij begeleidt. Tevens draagt hij verantwoordelijkheid op de veiligheid van de werkplek.
|
|
Complexiteit
|
De eerste monteur koudetechniek werkt voor een deel volgens standaard werkwijzen. Een ander deel van het werk kan hij naar eigen inzicht uitvoeren. Hij maakt gebruik van algemene kennis en vaardigheden op het gebied van koudesystemen. Hij kan bij de uitvoering van zijn werkzaamheden altijd terugvallen op een vakvolwassen collega of leidinggevende.
|
|
Wettelijke beroepsvereisten
|
Ja, Regeling gefluoreerde broeikasgassen en gereguleerde stoffen koelinstallaties (regeling van de minister van VROM).
|
|
Branche vereisten
|
Nee
|
|
Nederlands en (moderne) vreemde talen, rekenen en wiskunde
|
Als de wet Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen in werking treedt, zijn de voor het mbo vastgestelde referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen van toepassing.
Voor deze kwalificatie zijn het referentieniveau Nederlands en het referentieniveau rekenen vastgesteld op 2F.
De voor het beroep benodigde taal- en rekenvaardigheden zijn weergegeven in deel C van dit dossier. In deel D zijn de beheersingsniveaus in tabelvorm opgenomen en zijn de beroepsgerichte niveau-eisen verantwoord.
|
4.8 Leidinggevend monteur elektrotechnische installaties Algemene informatie | |
|
Context van de uitstroom
|
De leidinggevend monteur elektrotechnische installaties is werkzaam in de sector techniek bij een installatiebedrijf dat zowel eenvoudige als complexe elektrotechnische installaties aanlegt, onderhoudt en wijzigt. Het betreft installaties als algemene elektrotechnische installaties, gebouwbeheerssystemen, datanetwerken, telecominstallaties, (openbare) verlichting en verkeerssignalering. Het werk wordt buiten het bedrijf op locatie verricht.
|
|
Typerende beroepshouding
|
De leidinggevend monteur elektrotechnische installaties beschikt over een grote mate van zelfstandigheid. Hij creëert werkomstandigheden waarin medewerkers optimaal kunnen functioneren. Hij draagt verantwoordelijkheid voor een aantal werknemers en voor de voortgang van het werk en moet daarom beslissingen durven nemen. Daarnaast moet hij goed kunnen plannen en organiseren en hij moet flexibel zijn. Ten slotte is in zijn werk van groot belang, dat hij over goede communicatieve vaardigheden beschikt, gezien de verschillende soorten mensen waarmee hij moet werken, overleggen en afstemmen.
|
|
Niveau van de beroepsuitoefening
|
Niveau 4
|
|
Rol en verantwoordelijkheden
|
De leidinggevend monteur elektrotechnische installaties heeft een leidinggevende en uitvoerende rol. Hij werkt zelfstandig onder supervisie van een project-/bedrijfsleider. Hij is verantwoordelijk voor de voortgang van het installatieproces op de werkplek en de kwaliteit van het op te leveren werk. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor de veiligheid op de werkplek. De leidinggevend monteur elektrotechnische installaties geeft leiding aan en is vraagbaak voor een groep monteurs van diverse niveaus. Hij is aanspreekpunt voor externen. Hij installeert mee. Echter, hoe groter het project, hoe minder hij installeert. Bij echt grote projecten geeft hij alleen nog maar leiding.
|
|
Complexiteit
|
De leidinggevend monteur elektrotechnische installaties heeft een diversiteit aan werkzaamheden. Hij werkt voor een deel volgens standaard werkwijzen. Een ander deel van het werk kan hij naar eigen inzicht uitvoeren. Hij maakt gebruik van specialistische kennis van en vaardigheden voor uitoefening van het beroep en theoretische kennis op het gebied van elektrotechnische installaties en deelproducten. Hij kan bij de uitvoering van zijn werkzaamheden altijd terugvallen op een vakvolwassen collega of leidinggevende.
|
|
Wettelijke beroepsvereisten
|
Nee
|
|
Branche vereisten
|
Nee
|
|
Nederlands en (moderne) vreemde talen, rekenen en wiskunde
|
Als de wet Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen in werking treedt, zijn de voor het mbo vastgestelde referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen van toepassing.
Voor deze kwalificatie zijn het referentieniveau Nederlands en het referentieniveau rekenen vastgesteld op 3F.
De voor het beroep benodigde taal- en rekenvaardigheden zijn weergegeven in deel C van dit dossier. In deel D zijn de beheersingsniveaus in tabelvorm opgenomen en zijn de beroepsgerichte niveau-eisen verantwoord.
|
4.9 Leidinggevend monteur werktuigkundige installaties Algemene informatie | |
|
Context van de uitstroom
|
De leidinggevend monteur werktuigkundige installaties is werkzaam in de sector techniek bij een middelgroot tot groot installatiebedrijf dat werktuigkundige installaties (zoals voor gas, water, centrale verwarming, ventilatie, brandbestrijding en/of riolering) aanlegt, onderhoudt en wijzigt. Het werk kan plaats vinden in seriematige woningbouw, woongebouwen (flats) of in grote utiliteitsgebouwen (zoals ziekenhuizen, kantoorgebouwen, scholen).
|
|
Typerende beroepshouding
|
De leidinggevend monteur werktuigkundige installaties beschikt over een grote mate van zelfstandigheid. Hij creëert werkomstandigheden waarin medewerkers optimaal kunnen functioneren. Hij draagt verantwoordelijkheid voor een aantal werknemers en voor de voortgang van het werk en moet daarom beslissingen durven nemen. Daarnaast moet hij goed kunnen plannen en organiseren en hij moet flexibel zijn. Ten slotte is in zijn werk van groot belang, dat hij over goede communicatieve vaardigheden beschikt, gezien de verschillende soorten mensen waarmee hij moet werken, overleggen en afstemmen.
|
|
Niveau van de beroepsuitoefening
|
Niveau 4
|
|
Rol en verantwoordelijkheden
|
De leidinggevend monteur werktuigkundige installaties heeft een leidinggevende en uitvoerende rol. Hij werkt zelfstandig onder supervisie van een project-/bedrijfsleider. Hij is verantwoordelijk voor de voortgang van het installatieproces op de werkplek en de kwaliteit van het op te leveren werk. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor de veiligheid op de werkplek. De leidinggevend monteur werktuigkundige installaties geeft leiding aan en is vraagbaak voor een groep monteurs van diverse niveaus. Hij is aanspreekpunt voor externen. Hij installeert mee. Echter, hoe groter het project, hoe minder hij installeert. Bij echt grote projecten geeft hij alleen nog maar leiding.
|
|
Complexiteit
|
De leidinggevend monteur werktuigkundige installaties heeft een diversiteit aan werkzaamheden. Hij werkt voor een deel volgens standaard werkwijzen. Een ander deel van het werk kan hij naar eigen inzicht uitvoeren. Hij maakt gebruik van specialistische kennis van en vaardigheden voor uitoefening van het beroep en theoretische kennis op het gebied van werktuigkundige installaties. Hij kan bij de uitvoering van zijn werkzaamheden altijd terugvallen op een vakvolwassen collega of leidinggevende.
|
|
Wettelijke beroepsvereisten
|
Nee
|
|
Branche vereisten
|
Nee
|
|
Nederlands en (moderne) vreemde talen, rekenen en wiskunde
|
Als de wet Referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen in werking treedt, zijn de voor het mbo vastgestelde referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen van toepassing.
Voor deze kwalificatie zijn het referentieniveau Nederlands en het referentieniveau rekenen vastgesteld op 3F.
De voor het beroep benodigde taal- en rekenvaardigheden zijn weergegeven in deel C van dit dossier. In deel D zijn de beheersingsniveaus in tabelvorm opgenomen en zijn de beroepsgerichte niveau-eisen verantwoord.
|
5. Beschrijving van de kerntaken In dit hoofdstuk zijn de verschillende kerntaken in dit kwalificatiedossier beschreven. 5.1 Kerntaak 1: Installeert technische installaties | |
|
Kerntaak 1 Installeert technische installaties
|
Werkprocessen bij kerntaak 1
|
Beschrijving kerntaak:
De beroepsbeoefenaar ontvangt de werkopdracht van de leidinggevende. Als hem iets niet duidelijk is vraagt hij om uitleg. Hij verzamelt en controleert de benodigde informatie, materialen en middelen. Hij meldt zich bij de klant en informeert de klant over de werkzaamheden. De Aircomonteur inventariseert tevens de klantwensen. De beroepsbeoefenaar beoordeelt of hij de werkzaamheden veilig kan uitvoeren. Hij overlegt met de leidinggevende, werkvoorbereider, klant en/of andere betrokkenen, als blijkt dat de werkplek (nog) is bezet en/of de werkopdracht onvolledig is of uitgaat van onjuiste veronderstellingen.
De Monteur en Eerste Monteur Elektrotechnische installaties pakt - voor het assembleren van deelproducten - de onderdelen uit en controleert deze visueel op beschadiging. Hij stelt alles samen tot een functioneel deelproduct. Tijdens het samenstellen controleert hij of de onderdelen op een juiste wijze zijn aangebracht.
De beroepsbeoefenaar stelt de installatie buiten bedrijf. Hij demonteert de in de werkopdracht genoemde componenten en kabels/leidingen. In voorkomende gevallen controleert hij de in de werkopdracht genoemde componenten op slijtage of reinigt hij of biedt hij ter revisie aan.
De beroepsbeoefenaar vormt zich een goed beeld van de situatie en van de aan te leggen installatie. Hij bepaalt de positie van componenten en de route van kabels/leidingen aan de hand van de tekening, situatie en verwachtingen van de klant. Hij geeft aanpassingen in tekeningen door aan de leidinggevende of ontwerpafdeling.
De beroepsbeoefenaar brengt wand-, dak- en geveldoorvoeringen aan of markeert de plaatsen waar deze moeten worden aangebracht. Hij bewerkt, monteert en verbindt kabels/leidingen.
De beroepsbeoefenaar controleert visueel componenten op beschadigingen. Hij plaatst de componenten en monteert deze in de aangelegde kabel/leidingsystemen. Hiertoe raadpleegt hij voorschriften en/of handleidingen. Hij controleert voortdurend of de kabels/leidingen en componenten onderling correct zijn aangesloten.
Als de montage gereed is, beproeft de beroepsbeoefenaar de installatie. Afhankelijk van het soort installatie vult hij deze of sluit hij deze aan op de openbare voorziening. De componenten controleert hij op functioneren. Hij verhelpt tekortkomingen.
De Eerste Monteur en Leidinggevend Monteur stelt onderdelen in volgens aangeleverde specificaties en controleert de instellingen. Hij maakt de installatie gebruiksklaar door middel van het inregelen en afstellen van de gehele installatie. Hij test de werking van de installatie en stelt deze zodanig in totdat deze werkt volgens de specificaties. Indien hij fouten of afwijkingen constateert herstelt hij deze.
De Eerste Monteur en Leidinggevend Monteur ontvangt samen met (leerling) monteur(s) instructies van de leidinggevende. Hij maakt een taakverdeling. Hij begeleidt (leerling) monteur(s) en geeft hen uitleg en tips over de uit te voeren werkzaamheden. Hij controleert regelmatig of de voortgang van de werkzaamheden volgens plan verloopt. Als aanspreekpunt beantwoordt hij vragen van het eigen team, de werkvoorbereiding, klant en van derden met betrekking tot de werkzaamheden. Hij overlegt met overige onderaannemers/leveranciers van de gezamenlijke klant om de werkzaamheden onderling af te stemmen. Hij houdt daar waar mogelijk rekening met hun werkzaamheden maar verliest hierbij zijn eigen planning niet uit het oog.
De beroepsbeoefenaar ruimt de werkplek op en voert afvalmaterialen (gescheiden), overgebleven materialen, gereedschappen en materieel af. Hij informeert de klant met betrekking tot de bediening en het gebruik van de installatie en vraagt aan de klant of alles naar wens verlopen is. Hij vult alle vereiste formulieren en werkbonnen in. De Eerste Monteur en Leidinggevend Monteur rapporteert eventuele klachten, incidenten en verbetervoorstellen, geeft door welke materialen/onderdelen bijbesteld en welk gereedschap of materieel gerepareerd moet worden.
Toelichting:
Deze kerntaak betreft zowel volledige nieuwbouw als uitbreidingen, aanpassingen (modificaties) en onderhoud/reparatie van bestaande installaties. De installatie kan per deel worden aangelegd, beproefd en ingesteld. Het aanleggen van kabels/leidingen en vervolgens plaatsen en monteren van componenten kan ook in omgekeerde volgorde worden uitgevoerd. De beroepsbeoefenaar werkt alleen of samen met collega(’s).
Voor het verrichten van werkzaamheden aan koelinstallaties waarbij gefluoreerde broeikasgassen of gereguleerde stoffen vrij kunnen komen is aanvullende diplomering voorgeschreven volgens de wettelijke 'Regeling gefluoreerde broeikasgassen en gereguleerde stoffen koelinstallaties' (Aircomonteur en Eerste monteur koudetechniek).
|
|
1.1
|
Voorbereiden installatiewerkzaamheden
|
|
1.2
|
Assembleren van deelproducten
|
|
1.3
|
Demonteren van componenten en kabels/leidingen
|
|
1.4
|
Bepalen positie van componenten en route van kabels/leidingen
|
|
1.5
|
Aanleggen kabels/leidingen
|
|
1.6
|
Plaatsen en monteren componenten
|
|
1.7
|
Beproeven van installatie
|
|
1.8
|
Instellen van componenten en installatie
|
|
1.9
|
Begeleiden installatiewerkzaamheden
|
|
1.10
|
Afronden installatiewerkzaamheden
|
|
5.2 Kerntaak 2: Brengt dakafwateringen aan | |
|
Kerntaak 2 Brengt dakafwateringen aan
|
Werkprocessen bij kerntaak 2
|
Beschrijving kerntaak:
De Eerste Monteur Dak spoort de oorzaak van de lekkage op, overlegt met collega’s of vakman en vindt de juiste oplossing voor het probleem. Hij bepaalt een plan van aanpak voor reparatie en eventuele inschakeling van derden. Tevens maakt hij een inschatting van de benodigde manuren, materialen en materieel. Hij rapporteert aan zijn leidinggevende.
De Eerste Monteur Dak werkt altijd samen met collega(’s) en ontvangt de werkopdracht van de leidinggevende. Als hem iets niet duidelijk is vraagt hij om uitleg. Hij verzamelt en controleert de benodigde informatie, materialen en middelen; gebruikt hierbij hijsapparatuur. Hij meldt zich bij de klant en informeert de klant over de werkzaamheden. Hij beoordeelt of hij de werkzaamheden veilig kan uitvoeren. Hij overlegt met de leidinggevende, werkvoorbereider, klant en/of andere betrokkenen, als blijkt dat de werkplek (nog) is bezet en/of de werkopdracht onvolledig is of uitgaat van onjuiste veronderstellingen.
De Eerste Monteur Dak sloopt en verwijdert oud materiaal (dakbedekkingmaterialen en/of delen van de dakconstructie). Vervolgens voert hij eenvoudig timmerwerk uit aan de dakconstructie. Voor complexer timmerwerk en metselwerk schakelt hij derden in.
De Eerste Monteur Dak beoordeelt globaal de uitvoering van isolatie en ventilatie van het dak. Hij reinigt het dakoppervlak; brengt een dampremmende laag aan; brengt isolatiemateriaal aan; legt het bitumen/kunststof; verzorgt overlappingen; hecht het bitumen/kunststof; bedekt opstanden, dakranden en dakdoorbrekingen; plaatst loodslabben; dicht voegen; en brengt ballast aan.
De Eerste Monteur Dak meet “op het werk” de te vervaardigen onderdelen – voor het opvangen en afvoeren van hemelwater – in. Hij vervaardigt/prefabriceert de onderdelen in de werkplaats uit metalen plaat.
De Eerste Monteur Dak stelt de vervaardigde goot- en hemelwaterafvoeronderdelen samen en bevestigt deze aan het dak en de gevel. De goten en hemelwaterafvoeren voorziet hij van een coating als dit in de opdracht is begrepen.
De Eerste Monteur Dak werkt altijd samen met collega(’s). Hij ontvangt samen met (leerling) monteur(s) instructies van de leidinggevende. Vervolgens maakt hij een taakverdeling. Hij begeleidt (leerling) monteur(s) en geeft hen uitleg en tips over de uit te voeren werkzaamheden. Hij controleert regelmatig of de voortgang van de werkzaamheden volgens plan verloopt. Als aanspreekpunt beantwoordt hij vragen van het eigen team, de werkvoorbereiding, klant en van derden met betrekking tot de werkzaamheden. Hij overlegt met overige onderaannemers/leveranciers van de gezamenlijke klant om de werkzaamheden onderling af te stemmen. Hij houdt daar waar mogelijk rekening met hun werkzaamheden maar verliest hierbij zijn eigen planning niet uit het oog.
De Eerste Monteur Dak ruimt de werkplek op en voert afvalmaterialen, overgebleven materialen, gereedschappen en materieel af. Hij vraagt aan de klant of alles naar wens verlopen is. Hij vult alle vereiste formulieren en werkbonnen in. Hij rapporteert eventuele klachten, incidenten en verbetervoorstellen, geeft door welke materialen/onderdelen bijbesteld en welk gereedschap of materieel gerepareerd moet worden.
Toelichting: Deze kerntaak betreft zowel volledige nieuwbouw als reparaties (onderhoud) aan bestaande afwateringen. Het komt regelmatig voor dat na het bepalen van het reparatieplan de reparatie niet wordt uitgevoerd (bijvoorbeeld: te duur).
|
|
2.1
|
Bepalen reparatieplan
|
|
2.2
|
Voorbereiden dak- en gevelwerkzaamheden
|
|
2.3
|
Repareren dakconstructie
|
|
2.4
|
Aanbrengen bitumineuze en/of kunststof dakbedekkingsystemen
|
|
2.5
|
Vervaardigen goten en hemelwaterafvoeren
|
|
2.6
|
Aanbrengen goten en hemelwaterafvoeren
|
|
2.7
|
Begeleiden dak- en gevelwerkzaamheden
|
|
2.8
|
Afronden dak- en gevelwerkzaamheden
|
|
5.3 Kerntaak 3: Geeft leiding aan monteurs en coördineert de werkzaamheden | |
|
Kerntaak 3 Geeft leiding aan monteurs en coördineert de werkzaamheden
|
Werkprocessen bij kerntaak 3
|
Beschrijving kerntaak:
De Leidinggevend Monteur neemt de uit te voeren werkzaamheden in hoofdlijnen door met de leidinggevende. Hij bepaalt de omvang van de werkzaamheden en bepaalt met hoeveel mensen het werk wordt uitgevoerd. Vervolgens maakt hij een taakverdeling en planning voor een groep monteurs. Hierbij houdt hij rekening met werkzaamheden van derden. Hij zorgt ervoor dat voorwaardelijke voorzieningen als container, bouwkeet, benodigde tekeningen, schema's, klicmeldingen enz. aanwezig zijn, door deze te huren, in te kopen of af te roepen.
De Leidinggevend Monteur stuurt eigen en ingehuurde monteurs en onderaannemers aan. Hij overlegt hiertoe met de bedrijfsleiding. Hij geeft aan wat van de medewerkers wordt verwacht en geeft aan wat zij van hem mogen verwachten. Hij ziet er op toe dat de medewerkers veilig en milieubewust werken en controleert en beoordeelt hun werk. Hij geeft feedback aan de medewerkers, stuurt hen bij of corrigeert hen als dat nodig is en motiveert hen om verantwoordelijkheid te dragen. Hij geeft zelf het goede voorbeeld.
De Leidinggevend Monteur selecteert de benodigde materialen en gereedschappen en bestelt deze of geeft opdracht om deze te bestellen. Hij zorgt er voor dat materialen, gereedschappen en materieel tijdig aanwezig zijn. Hij plant hulpmiddelen als hoogwerkers zo in, dat ze gezamenlijk met onderaannemers gehuurd kunnen worden. Hij controleert of het aanwezige materiaal van het juiste type is. Hij controleert of het materieel en de gereedschappen in goede staat van onderhoud verkeren. Hij controleert of de monteurs zorgvuldig met materialen, gereedschappen en materieel omgaan en spreekt hun bij onzorgvuldigheid hierop aan. Hij treft maatregelen tegen diefstal. Hij controleert of er materiaaltekorten dreigen voor de nog lopende werkzaamheden. Hij retourneert restanten naar het magazijn of naar de leverancier. Hij vult materiaalstaten, bestel-, afhaal- en afleverbonnen zorgvuldig in.
De Leidinggevend Monteur controleert of de werkzaamheden volgens plan verlopen. Hij creëert werkomstandigheden waarin medewerkers optimaal kunnen functioneren. Hij anticipeert op te verwachten problemen. Hij bedenkt en beslist over oplossingen voor problemen. Hij signaleert meerwerk. Hij meldt wijzigingen tijdig bij de betrokkenen. Als aanspreekpunt beantwoordt hij vragen van het eigen team, de werkvoorbereiding en de ontwerpafdeling en van derden met betrekking tot de werkzaamheden.
Gedurende het hele installatieproces administreert en archiveert de Leidinggevend Monteur gegevens zoals: urenstaten, materiaalverbruik en revisietekeningen.
|
|
3.1
|
Opstarten van werkzaamheden
|
|
3.2
|
Aansturen monteurs en onderaannemers
|
|
3.3
|
Beheersen van materialen, gereedschappen en materieel
|
|
3.4
|
Realiseren optimale werkuitvoering
|
|
3.5
|
Administreren en archiveren van projectgegevens
|
|
|